Dit kan agroforestry doen op diergezondheid
De vele aanmeldingen én de enthousiaste reacties tijdens het webinar over diergezondheid & agroforestry laten het al zien: er is nog een hele wereld te ontdekken als het gaat om agroforestry. Was je er niet bij of wil je alle informatie nog even rustig doorlezen of terugkijken? Lees dan verder!
Dier helpt zichzelf
“Wat het dier eet is een belangrijk aspect qua gezondheid. Daarbij zag ik dat dieren op zoek gaan naar bepaalde planten. Daarom ben ik mij daar in gaan verdiepen met een opleiding fytotherapie”, zo start dierenarts Marieke de Louw het webinar. Al waarschuwt ze ons gelijk ook maar. “Met één plantje los je geen hele dierziekte op.” Een ziekte kent verschillende factoren. “Als het water vies is, lost een plant alleen niets op, dan moet je ook de waterkwaliteit aanpassen”, geeft ze als praktisch voorbeeld. Wel is gelijk duidelijk dat planten melkkoeien, maar ook andere diersoorten, kunnen ondersteunen bij ziekte of wellicht zelfs het voorkomen van ziektes. “En soms kunnen dieren zichzelf beter helpen dan wij denken.”
Belangrijke secundaire plantstoffen
Net als dieren hebben planten ook een stofwisseling. Bij planten bestaat deze uit primaire plantstoffen zoals koolhydraten, vetten, eiwitten en vitamines. De secundaire plantstoffen zijn verschillende groepen die de plant aantrekkelijker maken voor insecten of juist tegen vraat of ziekmakers beschermen. Marieke loopt er in het webinar een aantal uitgebreid door:
- “Saponinen zijn de zeepstoffen die slijm in darmen of longen kunnen oplossen en slijmvliezen beschermen.”
- “Slijmstoffen kunnen ook de slijmvliezen beschermen waardoor je een ontstekingsremmende werking krijgt.”
- “Etherische oliën zorgen niet alleen voor een aangename geur, maar kunnen ook helpen om de biofilm rond een resistentie bacterie af te breken. De bacterie verliest hiermee de blokkade van de inwerking van antibiotica. Ik verwacht dat we in de toekomst nog veel meer over etherische oliën gaan horen.”
- “Bitterstoffen zorgen er door de bittere smaak voor dat het dier extra gaat speekselen. Dit helpt om de vertering goed te laten verlopen.”
- ”Flavonoïden hebben een positieve invloed op het immuunsysteem en het functioneren van hart- en bloedvaten.”
- “Tannines, in de volksmond ook wel looistoffen, zitten in enorm veel planten. Zij kunnen in de pens eiwitten vrijspelen die normaal niet beschikbaar komen. Dit kan een positief effect hebben op de groei, productie en vruchtbaarheid en zorgt dus dat er meer eiwit voor het dier beschikbaar is. Ook kunnen tannines helpen bij de maagdarmwormbeheersing, ze maken het wormen moeilijker om het dier te beschadigen. Het aandeel tannines in het rantsoen moet wel onder de 5% blijven, anders kunnen deze problemen geven.”
Minder knutten bij hagen?
“In de ideale voederhaag zitten alle type seundaire plantstoffen, zodat het dier deze allemaal zelf kan pakken”, aldus Marieke. Zelf is ze daarom voorstander van een basis voederhaag van meidoorn, hazelaar, amandelwilg, haagbeuk, veldesdoorn en gladde iep. Deze kun je vervolgens weer aanvullen met specifieke soorten die passen bij de behoeftes van jouw veestapel. Denk aan wilg, sleedoorn, vlier, berk, linde, hondsroos, braam, klimop en framboos. Daarbij geeft Marieke de tip om haarstalen van je dieren te nemen. “Zo ontdek je welke elementen in jouw dieren beperkt aanwezig zijn en je dus wellicht via een voederhaag kunt aanvullen.” Naast de gezondheidbevorderende stoffen hebben bomen en struiken in een professioneel agrarisch bedrijf nog meer te bieden. Denk aan beschutting tegen wind of zon, koolstofopslag, methaan en fijnstof filteren en een positief effect op de waterhuishouding.
Vijf tips voor voederhagen
Wil je zelf aan de slag met agroforestry, bijvoorbeeld met een voederhaag? Dan zijn dit de tips van Marieke:
- Gebruik inheemse soorten, geen heesters of siertuinplanten.
- Pas op met valfruit. Vanwege de hoeveelheid suikers en omdat ze slokdarmverstopping kunnen veroorzaken als het dier niet goed kauwt.
- Pas op voor vergiftiging. In principe weten dieren wat ze kunnen eten, maar als er niet veel te grazen is of dieren nog jong zijn en niet zo bedreven, kunnen ze ook teveel van bepaalde soorten eten. Let bijvoorbeeld op met groene eikels, die veel tannines bevatten, bij jonge dieren.
- Zorg bij voorkeur dat de dieren de vegetatie onder struiken kunnen weggrazen, anders kun je daar meer teken krijgen.
- Investeer in kennis en leer van elkaar.
Reacties