‘Ik moet het echt van de bodemkwaliteit hebben’ 

“Omdat ik niet kan beregenen en geen drainage heb, moet ik het echt puur hebben van mijn bodemkwaliteit en wat de natuur geeft.” Akkerbouwer Dolf van Wesemael ziet regeneratieve landbouw als dé manier om zijn bodemkwaliteit te verbeteren. “Ik zie minder wateroverlast, minder verslemping, meer wormen en mijn wintergewassen komen met minder verliezen de winter door dan bij mijn collega-boeren.” Dolf is druk in de weer met compost, extracten, plantsapanalyses, bodemmonsters en het maken van zijn eigen groenbemestermengsels.  

De Nederlandse Dolf van Wesemael heeft in het Duitse Altrich een biologisch akkerbouwbedrijf van 60 hectare. Hier teelt hij onder andere aardappel, pompoen, tarwe, haver, soja en zonnebloemen. Daarnaast heeft hij 500 legkippen in twee mobiele kippenkarren. Al negen jaar werkt hij volgens de principes van regeneratieve landbouw. “Inmiddels zie ik de ecosysteemprocessen veranderen. Ik zie een verbeterde waterkringloop met een beter waterinfiltratievermogen en wateropleverend vermogen. Dit geeft een betere sponswerking van mijn grond”, geeft Dolf als voorbeeld. Ook in het leven onder de grond ziet Dolf veranderingen. “Ik zie meer bodemleven, mijn planten hebben meer worteluitscheidingen die de bodemschimmels, bacteriën en wormen voeden. Daardoor is mijn mineralenkringloop beter.”  

Let op koolstof-stikstofverhouding groenbemesters 

Dolf maakt zijn eigen groenbemestermengsels, zodat hij zelf de koolstof-stikstofverhouding kan kiezen die past bij de vervolgteelt. “Als je een gewas wilt telen wat een hoge stikstofbehoefte hebt, doe je er verstandig aan om een groenbemester te telen die een wat lagere koolstof-stikstofverhouding heeft, dus bijvoorbeeld met meer vlinderbloemigen.” Bij de teelt van een hoofdteelt die zelf stikstof kan aanmaken, zoals erwten of soja, gebruikt Dolf weer een ander mengsel. “Dan is het juist verstandig om een groenbemester te telen met een hoge koolstof-stikstofverhouding. Dus bijvoorbeeld rogge of een ander grasachtig gewas wat zich laat afdoden door te rollen en waar je vervolgens in kunt directzaaien.”

Diversiteit aan bacteriën met extracten 

Dolf experimenteert ook volop met het toevoegen van bacteriën en schimmels via compost. Zo heeft hij een eigen compost extractiemachine en twee composteerbakken om volgens de Johnson-Su-methode schimmeldominante compost te maken. Eerst richtte de akkerbouwer zich vooral op compostthee, waarbij het de kunst is de biologie uit compost in water te krijgen en die te vermeerderen. “Dan krijg je effectief grote hoeveelheden van de gewenste bacteriën. Maar de kans is heel erg groot dat je maar een hele selectieve groep krijgt”, is de ervaring van Dolf. Daarom werkt de ondernemer nu vooral met compostextracten. “Bij een extract probeer je ook de biologie uit je compost in het water te krijgen, maar dan ga je ze vervolgens niet zelf actief vermeerderen, maar plantopneembaar maken, door het toevoegen van bijvoorbeeld fulvinezuur of visolie”, legt Dolf uit. “Je krijgt bij een extract wat minder biologie, maar veel diverser.” Dolf gebruikt deze extracten vervolgens als bladbemesting of om direct bij het zaaien mee te geven. In deze podcast legt Dolf je meer uit over zijn werkwijze.

Reacties

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *