Podcast: dit is regeneratieve landbouw
Binnen regeneratieve landbouw ligt de focus op het creëren van gezonde grond, stimuleren van biodiversiteit en het beperken van de milieudruk. En dan ook nog eens met minder middelen. Dat klinkt veel belovend. Maar wat is regeneratieve landbouw nou precies? Welke uitgangspunten zijn hierbij belangrijk en wat moet je als boer hier nou precies voor doen of juist laten? Daar duiken we uitgebreid op in met een nieuwe podcastaflevering.
Christiaan en Sanne vertellen je in de podcast meer over de verschillende pijlers van regeneratieve landbouw: mix van bodembedekkers, verminder externe invoer, een minimale of liever nog geen grondbewerking, gewasdiversiteit, zoals tussenteelten, gebruik organische mest, vee- en graassystemen, permanente bodembedekkers en gevarieerde gewasrotatie.
Permanente bodembedekkers
“De natuur wil de bodem altijd bedekken. Dus als je kaal land hebt krijg je onkruid. Als je jouw land permanent bedekt houdt, scheelt dat wellicht in onkruiddruk”, aldus Christiaan. “Daarnaast krijg je dan ook meer fotosynthese, planten beschermen ook je grond tegen neerslag, erosie en enorme temperatuurverschillen.” Je land permanent bedekt houden kan bijvoorbeeld door voor het oogsten te zaaien, bijzaaien, doorzaaien en door winterharde groenbemestermengsels te kiezen.
Gevarieerde gewasrotatie
Je gewasrotatie zo divers mogelijk maken. En dan het liefst niet alleen na elkaar, maar ook door elkaar. “Regeneratieve landbouw is dus niet perse extensiveren. In de praktijk is het soms juist intensiever omdat je extra gewassen aan je rotatie toevoegt”, aldus Christiaan, die daarbij doelt op mengteelt en onderzaai. “Met als doel: meer diversiteit, want hoe meer diversiteit, hoe weerbaarder het systeem.“
Mix van bodembedekkers
Diversiteit boven de grond betekent diversiteit onder de grond. “Met kruiden en klavers in grasland kun je niet alleen je dieren een gevarieerd grasaanbod geven, maar heb je ook een diverser voedselaanbod voor de dieren onder de grond”, ziet Sanne. Daarbij is er ook de voorkeur voor diversiteit aan plantgroepen, zoals bijvoorbeeld een vlinderbloemige, een kruid en een breedbladige plant. “Elke groep heeft weer zijn specifieke samenwerking met het microbioom in de bodem.” Daarnaast kan een mix aan bodembedekkers ook wat meer zekerheid opleveren. “Bij extreme droogte of extreme nattigheid zagen we de afgelopen jaren bijvoorbeeld dat kruidenrijk grasland nog wel groen bleef, maar puur engels raaigras niet meer. In een mengsel is er simpelweg meer kans dat er nog planten zijn die wel tegen die extreme omstandigheden kunnen.”
Minder externe invoer
De natuur volgen, dat betekent ook kritisch kijken naar input. Chemische invoer, maar bijvoorbeeld ook de invoer van krachtvoer of diergezondheidsproducten. “Breng eens in kaart welke input jij hebt. Is dat allemaal nodig, kan dat wellicht anders? Kijk eens kritisch hoe je bijvoorbeeld kunt investeren in de samenwerking tussen plant en bodemleven in plaats van een volledige kunstmestgift”, klinkt als tip in de podcast.
Geen of minimale grondbewerking
“Schimmelnetwerken zijn hele fijne draden die je worteloppervlak met een factor duizend kunnen vergroten”, vertelt Christiaan enthousiast. “Als je een grondbewerking doet raak je dat kwijt.” Dat is dus de reden dat je binnen regeneratieve landbouw liever geen grondbewerking doet. “Daarnaast kun je de onkruiddruk verlagen zonder bewerking, omdat je de ondergrondse onkruiden niet naar boven haalt. Daarnaast komen bij het ploegen beestjes die bovenop de grond leven in de grond terecht en beesten die in de grond leven boven op de grond terecht. De kans is groot dat je dit bodemleven dan verliest. Daarnaast breng je zuurstof in de grond, terwijl daar zuurstofarm bodemleven leeft. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de ongewenste mineralisatie en afbraak na een diepe grondbewerking.” Je hoort het al, er zijn veel redenen om een grondbewerking liever niet te doen. “Maar de praktijk is ook weerbarstiger, dat lukt lang niet altijd. Maar kijk als eerste stap kritisch bij elke teelt; is een grondbewerking nu nodig of kan ik het wellicht ook zonder doen of met een minder ingrijpende machine?”, aldus akkerbouwer Christiaan.
Gewasdiversiteit in het veld
Combinatieteelten, mengteelten en onderzaai zijn manieren van tussenteelt. Maar ook agroforestry, dus het combineren van bomen en struiken met grasland, is een mooie manier om meer zonlicht te vangen, en dus meer fotosynthese te realiseren en zo meer koolstof in je bodem vast te leggen.
Organische mest
In Nederland gebruiken we van nature al veel organische mest. En dat is niet voor niets, want organische mest draagt bij aan de samenwerking tussen plant en bodemleven.
Vee- en graassystemen integreren
“Grazend vee heeft een enorme toevoegde waarde op grasland én groenbemesters”, vertelt Sanne enthousiast. “Verse mest heeft een heel eigen microbiologie. Met de bacteriën uit de darmen van een koe voed je specifieke groepen van je bodemleven. Daarnaast pompt een plant als deze wordt afgegraasd meer suikers de bodem in. Dit is niet alleen voeding voor het bodemleven, de plant krijgt ook een boost om weer te gaan groeien.”
Reacties